|
Actueel nieuws
Nieuwsbrief:
- Juli 2011 (in Adobe Acrobat PDF)
- Mei 2011 (in Adobe Acrobat PDF)
- December 2010 (in Adobe Acrobat PDF)
- Oktober 2010 (in Adobe Acrobat PDF)
- Maart 2010 (in Adobe Acrobat PDF)
Specials:
- Eindejaarstips 2010 (in Adobe Acrobat PDF)
- De auto (in Adobe Acrobat PDF)
- Auto en Fiscus (in Adobe Acrobat PDF) - update 2009
- Banksparen (in Adobe Acrobat PDF) - update 2009
- Schenken en erven (in Adobe Acrobat PDF) - update 2009
- Wonen en werken (in Adobe Acrobat PDF) - update 2009
Fiscaal:
- BTW over opleidingen en cursussen gaat vervallen
- Nieuwe plannen voor werksters, tuinlieden en oppashulpen
- Voorperiode telt niet mee bij pensioenopbouw DGA
- Nieuwe WOZ waarde eerder in gebruik
- Helpdesk van auto van de zaak geopend
- Auto van de zaak en eigen bijdrage
- Verklaring van goed betaalgedrag: wat is die waard?
- Successierecht en box III
Overig:
- Ontslagrecht aangepast
- Tips voor zorgvuldig ontslag
BTW over opleidingen en cursussen gaat vervallen
Commerciële onderwijsinstellingen die beroepsopleidingen verzorgen (inclusief tekstverwerkingscursussen, management-cursussen, taalcursussen, sollicitatiecursussen, etc.) mogen nu nog kiezen of ze al dan niet BTW willen heffen. Europa schrijft echter dwingend voor dat dit soort onderwijs vrijgesteld moet zijn van BTW, waardoor de keuzevrijheid vervalt.
Vanaf 1 december 2006 is het definitief niet meer toegestaan om BTW te heffen over beroepsopleidingen. Er is een overgangsregeling die toestaat dat ondernemers die vóór 1 december 2006 een overeenkomst sluiten voor het verzorgen van beroepsopleidingen, nog één jaar lang kunnen kiezen voor BTW heffing.
Al met al kunnen opleidingen en cursussen hierdoor behoorlijk duurder worden. Want als een instituut geen BTW meer in rekening kan brengen, kan het die ook niet meer aftrekken, wat slecht uitkomt als er bijvoorbeeld een pand gehuurd wordt met BTW. De extra kosten die dat met zich meebrengt, zullen ongetwijfeld doorberekend gaan worden aan de klanten.
In antwoord op Kamervragen heeft het ministerie verklaard dat de regeling niet meer terug te draaien valt, en dat de 'trucjes' die door fiscalisten zijn voorgesteld om alsnog BTW te kunnen heffen, onbruikbaar zijn. Er is nog overleg gaande met de opleidingsbranche, maar dat zal waarschijnlijk weinig opleveren .
Nieuwe plannen voor werksters, tuinlieden en oppashulpen
Particulieren die maximaal drie dagen in de week een hulp nemen voor werk in en rondom het huis, zouden geen premies en loonbelasting meer hoeven af te dragen. Op die manier wilde het vorige kabinet persoonlijke diensten stimuleren, zoals huishoudelijk werk, tuinonderhoud, oppassen en honden uitlaten.
Voor werksters geldt nu al de zogenaamde huishoudhulpregeling, waarbij de opdrachtgever geen premies en loonbelasting hoeft te betalen als de hulp maximaal twee dagen per week werkt. Dat zouden er nu dus drie worden. De hulp mag voor meerdere opdrachtgevers werken en moet zelf wel inkomstenbelasting betalen.
Het plan was om de nieuwe regeling in te laten gaan op 1 januari 2007, maar de invoering wordt mogelijk uitgesteld door de val van het kabinet. De fiscus en het ministerie van Sociale Zaken zullen te zijner tijd een publiciteitscampagne starten om opdrachtgevers en dienstverleners attent te maken op de mogelijkheden.
Voorperiode telt niet mee bij pensioenopbouw DGA
Ondernemers die hun eigen onderneming inbrengen in een BV, doen er met het oog op hun pensioenopbouw goed aan om de voorperiode ("BV i.o.") zo kort mogelijk te houden. Pensioenopbouw over de voorperiode van een BV is namelijk niet mogelijk, zo heeft het Hof Arnhem onlangs bevestigd.
Het Hof boog zich over een zaak van een directeur grootaandeelhouder die eind 2000 een pensioen toegezegd kreeg van de aandeelhouders van een op 26 maart 1999 opgerichte BV. Daarin had hij de praktijk ingebracht die hij sinds 1 januari 1998 dreef. Bij de berekening van de pensioenverplichting had de DGA de periode meegeteld die voorafging aan de oprichting van de BV (1 januari 1998 tot 26 maart 1999). Het Hof was het met de inspecteur eens dat deze voorperiode niet mocht worden meegeteld bij de diensttijd.
Nieuwe WOZ waarde eerder in gebruik
Vanaf 1 januari 2008 wordt de periode tussen het vaststellen van de WOZ waarde van onroerend goed en het gebruik van die waarde, bekort tot een jaar. Nu is die periode nog twee jaar.
Overheidsinstanties die de WOZ waarde hanteren, zoals gemeenten, waterschappen en de fiscus, gaan dus in 2008 uit van de waarde op de peildatum 1 januari 2007. In 2007 wordt als peildatum 1 januari 2005 gebruikt. De actualisering van de WOZ waarde zal naar verwachting leiden tot minder bezwaar en beroepschriften.
Helpdesk voor auto van de zaak geopend
De Belastingdienst heeft een centraal aanspreekpunt geopend voor vragen over het privé gebruik van een auto van de zaak. Werkgevers, werknemers en zelfstandigen kunnen al hun vragen schriftelijk voorleggen aan:
Coördinatiepunt privé gebruik auto
Antwoordnummer 403
7100 WB Winterswijk
Bellen met de Belastingtelefoon kan ook: 0800 0543.
Auto van de zaak en eigen bijdrage
Werknemers met een auto van de zaak moeten jaarlijks 25% (tot en met 2007 22%) van de cataloguswaarde bij hun inkomen tellen als ze meer dan 500 km privé rijden. Als de werknemer aan de werkgever een vergoeding betaalt voor het privé gebruik, dan mag dat bedrag worden afgetrokken van de bijtelling. Maar geldt dat ook als de werknemer een duurdere auto gebruikt dan waarop hij volgens zijn functie recht heeft, en daarvoor meerkosten betaalt aan de baas? De inspecteur vindt van niet maar de rechter wel.
Een belastinginspecteur ging slechts akkoord met de aftrek van een derde deel van de meerkosten. De rechtbank Haarlem oordeelde echter dat de meerkosten volledig aftrekbaar zijn, omdat een werknemer uitsluitend om privé redenen zoals status en meer comfort in een duurdere auto rijdt. Als er zakelijke redenen voor zouden bestaan, dan zou de werkgever geen meerkosten in rekening brengen aan zijn werknemer.
Kortom: als u in een duurdere auto rijdt dan bij uw functie hoort, en u het meerdere zelf bijpast, dan mag u uw eigen bijdrage aftrekken van de catalogusprijs.
Ontslagrecht aangepast
Het kabinet heeft maatregelen genomen ter verhoging van de dynamiek op de arbeidsmarkt en de flexibiliteit van het personeelsbeleid. Daarvoor wordt het ontslagrecht aangepast.
Dit zijn de belangrijkste wijzigingen:
• bij een ontslagaanvraag wegens ziekte of gebrek, moet de werkgever aannemelijk maken dat herplaatsing van de werknemer in een andere functie niet mogelijk is. Vanaf 1 januari 2006 moet de werkgever bovendien aantonen dat herplaatsing binnen 26 weken ook niet mogelijk is via scholing;
• vanaf 1 maart 2006 is het 'last in, first out'-principe komen te vervallen. Er wordt nu gewerkt met vijf leeftijdsgroepen per categorie van uitwisselbare functies, waarbij de ontslagen evenredig over de groepen verdeeld worden. Binnen elke groep wordt nog wel het oude 'last in, first out'-principe gehanteerd;
• vanaf 1 maart 2006 toetst het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) bij collectief ontslag (van minimaal 20 werknemers) niet meer de bedrijfseconomische redenen, als de werkgever een verklaring van geen bezwaar door de vakbonden kan overleggen;
• vanaf 1 juli 2006 moet de werkgever een nieuwe medewerker uiterlijk een dag voor aanvang van de werkzaamheden aanmelden bij de belastingdienst. Deze regel geldt niet voor situaties waarin het aangaan van een dienstverband en de aanvang van de werkzaamheden samenvallen, zoals bij oproep- en uitzendkrachten.
Tips voor zorgvuldig ontslag
Bij het ontslaan van personeel is zorgvuldigheid vereist. Hieronder vindt u negen tips om onnodige kosten en slepende procedures te voorkomen.
Tip 1: stel de proeftijd op schrift
Leg een proeftijd altijd schriftelijk vast, want mondelinge afspraken daarover zijn niet rechtsgeldig. Ontslag na een mondelinge afspraak houdt voor de rechter geen stand, hetgeen betekent dat u de werknemer in dienst moet houden of af moet kopen.
Tip 2: bouw een dossier op
Bij een ontslagaanvraag voor een werknemer wegens slecht functioneren wil het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) bewijzen zien. Voer daarom geregeld functioneringsgesprekken met uw werknemers en vermeld in de verslagen duidelijk de positieve en negatieve kanten van het functioneren.
Tip 3: wees voorzichtig met ontslag op staande voet
Voor ontslag op staande voet is een geldige reden nodig. Het moet gaan om een ernstige zaak, zoals diefstal, bedreiging, mishandeling of sabotage. Een scheldpartij of een conflict is geen geldige reden. Wilt u iemand op staande voet ontslaan, dan moet u hem of haar de toegang tot de werkvloer ontzeggen, anders verdwijnt het dringende karakter van het ontslag. Schors de werknemer daarom eerst en win juridisch advies in, vóórdat u overgaat tot het feitelijke ontslag op staande voet.
Tip 4: zorg voor een schriftelijke verklaring
Een medewerker die na een ruzie in een opwelling ontslag neemt, kan zich nog bedenken want een mondelinge opzegging is niet geldig, ook niet als de werkgever schriftelijk verslag doet van deze mededeling. Wel geldig is een schriftelijke verklaring waarin beide partijen aangeven dat ze het eens zijn over het opzeggen van de baan en dat ze de verklaring uit vrije wil ondertekenen. Neem ook een passage op over de consequenties van het ontslag (bijvoorbeeld dat de werknemer geen recht op WW heeft).
Tip 5: let op met korte contracten
Een werkgever mag in drie jaar tijd maximaal drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd met dezelfde werknemer sluiten. Bij een vierde contract komt de werknemer automatisch in vaste dienst voor het aantal uren van het laatste dienstverband. Het is dan niet meer mogelijk om de omvang van de aanstelling te verminderen.
Tip 6: wacht op de ontslagvergunning
Wacht met het ontslag totdat de ontslagvergunning van het CWI binnen is. Anders is het ontslag ongeldig en kan de werknemer bij de rechter een schadevergoeding eisen (minimaal drie maanden salaris, meestal meer). Na ontvangst van de vergunning moet u het ontslag binnen zes weken melden aan de werknemer.
Tip 7: let op bij zwangerschap en bevalling
Vrouwelijke werknemers genieten ontslagbescherming vanaf het moment dat een zwangerschap gemeld wordt. Dat geldt ook tijdens de verlofperiode daarna. Als de werkneemster kan bewijzen dat haar zwangerschap de reden van het ontslag is, dan is het ontslag niet geldig. Alleen in uitzonderlijke gevallen, zoals ontslag op staande voet of ontslag vanwege een faillissement, staat het CWI ontslag toe.
Tip 8: let op bij ziekte
Een werknemer die ziek is of in de WAO zit, mag niet ontslagen worden. Wilt u een werknemer na twee jaar WAO ontslaan, dan moet u tegenover het Uwv en de Arbodienst met een reïntegratiedossier bewijzen dat de werknemer niet binnen 26 weken na de ontslagdatum weer aan het werk kan, ook niet na scholing.
Tip 9: houd u aan de opzegtermijn
Bij ontslag moet u zich altijd houden aan de opzegtermijn die in het arbeidscontract of de CAO staat. Stuurt u een werknemer eerder weg omdat u al een vervanger heeft, dan is het ontslag ongeldig.
Verklaring goed betalingsgedrag - wat is die waard?
De fiscus let de laatste tijd steeds scherper op het afdragen van loonbelasting en premies. Daarom eisen werkgevers steeds vaker een 'Verklaring Arbeidsrelatie' (VAR) van hun freelancers, om zich in te dekken tegen fiscale claims. Een vergelijkbaar papiertje is de 'Verklaring goed betalingsbedrag' waarmee uitzendbureaus aangeven dat ze aan hun verplichtingen voldoen. Maar wat is nu feitelijk de waarde van zo'n verklaring?
Voor de Rechtbank Breda diende onlangs een zaak waarbij de fiscus een bedrijf geheel aansprakelijk probeerde te stellen voor de loonbelasting die het (inmiddels failliete) uitzendbureau verzuimd had af te dragen. De ondernemer zei op het verkeerde been te zijn gezet door de verklaring van goed betalingsgedrag die de fiscus had afgegeven. Wat moest hij anders?
De rechter oordeelde dat de fiscus de verklaring ten onrechte had afgegeven omdat het startende uitzendbureau op het moment van afgifte nog geen enkele aangifte had gedaan. De rechter vond het daarom onredelijk om de ondernemer aansprakelijk te stellen voor fiscale verplichtingen vóór de afgiftedatum van de verklaring van goed gedrag. Het bedrag van de aansprakelijkheid werd daarom verminderd.
Successierecht en Box III
Voor het bepalen van de rendementsgrondslag van Box III mag een successieschuld niet worden afgetrokken. Dat is om meerdere redenen onrechtvaardig, onder andere omdat er sprake is van dubbele heffing over de erfenis. De erfgenaam moet immers niet alleen successierecht betalen over de erfenis, maar ook inkomstenbelasting over het nog openstaande bedrag. De rechter ziet het probleem maar wil er niets aan doen.
Het Hof Amsterdam toonde begrip voor een erfgename die de uitsluiting van successieschulden in strijd vond met het anti discriminatiebeginsel uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten. Dat leidde echter niet tot aanpassing van de aanslag. Het Hof vond terughoudendheid gewenst omdat de staatssecretaris het probleem erkent en studeert op een oplossing.
|